DE REALITEIT ONDER HOOGSPANNING

Een spie heft een muur op in het midden. Een radiator lijkt, door de warmte die ze voortbrengt, haast gesmolten. Een plaat groeit als het ware uit de wand. Het is best een bevreemdend universum dat Roeland Tweelinckx (°1970) neerzet. Hij vindt geen nieuwe wereld uit, maar vertrekt van de bestaande, waar hij een paar nieuwe accenten aan toevoegt of reeds aanwezige elementen verschuift. Accupunctuur van de ruimte, zoals iemand (Beatrijs Eemans) het ooit treffend verwoordde.

Met kleine ingrepen creëert Tweelinckx surrealistische situaties en kortsluitingen. Hij laat pilaren zweven, buigt stalen balken en legt een knoop in een PVC- buis. Ergens tussen John Massis en David Copperfield. De kunstenaar werkt niet met marmer of brons, maar met stopcontacten, elektriciteitskabels, buizen, zekeringen, schragen en plinten. Zijn aandacht verschuift van het schilderij aan de wand naar de eigenlijke wand. Als een loodgieter of elektricien van de conceptuele kunst.

Tweelinckx speelt met onze optische waarneming en perceptie. “Lees maar, er staat niet wat er staat,” schreef de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff. Bij Roeland Tweelinckx wordt dat: “Kijk maar, er staat niet wat er staat.” De kunstenaar spoort ons aan om de ons omringende realiteit beter te bekijken. Hij verscherpt met zijn minimale ingrepen ons waarnemingsvermogen, gaat het fijn stellen. Hij transformeert de dagdagelijkse realiteit die we zo gewoon zijn dat we er niet meer op letten. Die lichte, huiselijke ontregelingen gaan ook vaak gepaard met momenten van twijfel: Waar staat het werk? Was dat al zo? We zijn vaak ziende blind. De kunstenaar vraagt niets liever dat bezoekers onderling in dialoog gaan over zijn ingrepen. En dat het werk zo verder leeft in die gesprekken.

Tweelinckx werkt binnen de traditie van de trompe l’oeil. Hij neemt een loopje met de werkelijkheid. Zo bracht hij in een zestal musea in Ljubljana een barst aan op de muur. Het bleek echter een zeefdruk te zijn die rechtstreeks op de wand was gedrukt. Of wat te denken van zijn half leeg (of is het half vol?) flesje Cola. De softdrink lijkt te zweven in het flesje, zich niets aantrekkend van de zwaartekracht of andere natuurwetten. De kunstenaar zet de bezoeker graag op een dwaalspoor. Zo plaatste hij het eerder vermelde flesje voor een atypisch, witgekalkt raam dat onmiddellijk de aandacht van de toeschouwer opzuigt. Als een visuele bliksemafleider waardoor we het eigenlijke werk niet onmiddellijk opmerken. Het leidt tot de klassieke fout van de detective: de oplossing lag vlak voor onze neus, maar we zagen het niet! Tweelinckx gaat wel vaker onze blik afleiden. Voor een eerdere expo heeft hij een stuk linoleum vloerbekleding dat naar omhoog krult zo opgesteld dat je er frontaal op uitkeek en het niet onmiddellijk opmerkte. De kunstenaar zet de scenografie naar zijn hand voor een optimaal verrassingseffect.

Tweelinckx maakt dan wel ook sculpturale objecten, hij voelt zich vooral in-situ als een vis in het water. Hij vertrekt steeds van de bestaande ruimte en het aanwezige potentieel. Zijn blik valt op een architecturale anomalie of bijzonderheid die hij extra in de verf gaat zetten, waardoor zijn interventie zich haast onopgemerkt inschrijft in de realiteit. In een huis met opvallend veel stopcontacten (villa T.D. van Stéphane Beel) maakt hij nog een extra exemplaar, waarbij het verschil tussen origineel en kopie niet te onderscheiden valt. Aan de bezoeker om te raden welk door de kunstenaar werd ontworpen. In een tentoonstellingszaal (De Markten) met een drukke constellatie van brandblussers, signalistatie en pictogrammen, voegt hij een zekeringskastje en kabels toe. Het resultaat is een kluwen van draden, kabels en elektriciteitskastjes.

Huislijke elementen keren voortdurend terug. Maar het valt nog te bezien of het zo aangenaam vertoeven is in een huis waar het plafond de ruimte doormidden snijdt en je alleen maar kruipend door een deur naar binnen kan. Alsof de vloer van onder je voeten zakt, de kamer versmalt. De kunstenaar verspert deuren of doorgangen, net zoals hij mentaal onze waarneming op de helling zet. Zo gaat hij vaak tegenstellingen opheffen. Buiten wordt binnen, binnen wordt buiten. Zoals met zijn interventie aan het station van Berchem. Een reeks trappen onder een brug krijgt een plint. Als een huiselijke en licht absurde toets in de openbare ruimte.

De kunstenaar speelt met de eigenschappen van zijn materiaal en ons verwachtingspatroon daaromtrent. Een op miraculeuze wijze gebogen staaf blijkt uit MDF gemaakt. Objecten krijgen ook wel eens antropomorfe eigenschappen. Zoals een gekromde schraag die moe doorhangt tegen een muur. Even uitblazen. Want normaal moet hangen staat. Wat moet staan hangt. Een reeks bemoste tegels staat rechtop, als verrezen. Een spie wordt al gauw een struikelblok. In de kabel zit wel vaker een kink. Bij Roeland Tweelinckx staat de realiteit constant onder hoogspanning.

Sam Steverlynck